Werking


De bedoeling van een sluis is, heel algemeen, de overgang van de ene omgeving naar de andere mogelijk te maken, terwijl deze twee omgevingen niet direct met elkaar in contact mogen komen. Bij een schutsluis voor vaartuigen bestaat het verschil in omgeving uit een andere hoogte van het vaarwater.

Bij de Veense sluis is het verschil in waterhoogte (of peil) ongeveer 75 รก 80 cm. Het vastgestelde peil aan de polderzijde is 1,35 m beneden NAP in de zomer en 1,40 m beneden NAP in de winter. Het vastgestelde peil aan de Braassemkant is gelijk aan Rijnlands boezempeil, oftewel 0,60 m beneden NAP.
De sluis is eigenlijk een stukje vaarwater dat aan beide kanten kan worden afgesloten met deuren. Als alle deuren gesloten zijn kan het water in de sluis tot Braassempeil verhoogd worden door water vanuit de Braassem in de sluis te laten stromen. Dit kan door een schuif open te zetten in de deur aan de Braassemkant. Het water kan verlaagd worden tot polderpeil door water uit de sluis te laten stromen de polder in. Dit gebeurt als de schuif in de deur aan de polderkant wordt open gezet.
Als er een verschil in waterhoogte is aan beide zijden van een stel deuren worden deze dicht geduwd door de waterdruk. Daarom vormen de deuren een punt in de richting van het hoge water aan de Braassemkant. Openen van de deuren kan pas als het peil aan beide zijden vrijwel gelijk is.

Uit het principe van de werking volgt de JUISTE VOLGORDE van handelingen bij het gebruik van de sluis. Omdat de Veense sluis zelf bediend moet worden, erg handig om te weten.


Situatie A : naar de Braassem en het water in de sluis staat laag

  1. invaren
  2. polder-deuren goed sluiten met stok
  3. polder-schuif netjes sluiten (= hendel omhoog)
  4. Braassem-schuif langzaam openen (= hendel omlaag)
  5. wachten tot water in sluis hoog staat
  6. Braassem-deuren openen
  7. uitvaren

Situatie B : naar de polder en het water in sluis staat hoog

  1. invaren
  2. Braassem-deuren goed sluiten met stok
  3. Braassem-schuif goed sluiten (= hendel omhoog)
  4. polder-schuif langzaam openen (= hendel omlaag)
  5. wachten tot water in sluis laag staat
  6. polder-deuren openen
  7. uitvaren

Situatie C : naar de Braassem en het water in sluis staat hoog
Eerst B-2 t/m B-6 dan A-1 t/m A-7
Situatie D : naar de polder en het water in sluis staat laag
Eerst A-2 t/m A-6 dan B-1 t/m B-7

LET OP: Vaartuigen in de sluis moeten vrij op en neer kunnen bewegen. Dus NOOIT te strak vastleggen met een touw. En gebruik absoluut geen knopen die zichzelf vast trekken. Door de stroming kunnen de lichtere boten gaan bewegen. Gebruik dan stootwillen en eventueel een pikhaak.

Tenslotte nog even een paar puntjes van aandacht. De sluis wordt veel gebruikt. Dat is mooi. Maar helaas gaat dat niet altijd op de goede manier. En dat is minder mooi.
Onjuist gebruik, door onkunde of onwil, veroorzaakt schade en overlast. Dat is iets wat wij niet willen... en u toch ook niet?!
Daarom de volgende tips: